• Beschrijving

De bekende jeneverbessen op het Mantingerzand

Het Mantingerveld bestaat uit verspreid gelegen bos- en heidegebieden. Ertussen ligt voormalig bouwland dat door middel van natuurontwikkeling wordt omgevormd tot schrale vegetaties. Binnen enkele tientallen jaren ontstaat zo'n groot natuurgebied, dat kansen biedt aan vele soorten vogels, zoals de geelgors, wulp, slobeend en torenvalk. Ook reptielen, zoals de adder, leven in het gebied.

Veel voorkomende flora in het gebied is bijvoorbeeld kleine wolfsklauw, klokjesgentiaan, lavendelheide, veenpluis en diverse bijzondere korstmossen voor.

De verschillende gebieden binnen het Mantingerveld hebben elk een eigen karakter. Zo kunt u in het Mantingerzand veel grillig gevormde jeneverbesstruiken aantreffen, terwijl die in het heuvelachtige Hullenzand maar beperkt aanwezig zijn. In het Lentsche Veen bevinden zich vooral natte heidevegetaties.

Om de heide in het Mantingerveld in stand te houden, grazen hier schapen en runderen. Meer informatie De site www.Natuurherstel.nl geeft een overzicht van de natuurherstelprojecten waarbij Natuurmonumenten betrokken is. Meestal in samenwerking met andere natuurbeschermers. Hier vindt u ook het laatste nieuws en achtergronden over het Mantingerveld.

Vereniging Natuurmonumenten heeft een herstelplan gemaakt voor het gebied van het Mantingerbos en de Mantingerweiden ten zuiden van Westerbork. Aan de hand van dit plan wil Natuurmonumenten het oorspronkelijke karakter van het gebied herstellen. Een belangrijk onderdeel vormt het herstel van de kenmerkende elzensingels. Daarnaast zal ook de bovenloop van het Oude Diep, die hier ontspringt, een opknapbeurt krijgen.

Het Mantingerbos, één van de oudste bossen van Drenthe, zal nog wat worden uitgebreid. Met de realisatie van dit plan wil Natuurmonumenten het gebied een nieuwe start geven.

Het Mantingerbos en de Mantingerweiden vormen het brongebied van het Oude Diep. Deze beek, die in het verleden door de vochtige heidevelden richting Hoogeveen stroomde, is in de vorige eeuw gekanaliseerd en heeft veel van z'n oorspronkelijke karakter verloren. Langs de beek lagen de groenlanden, die door de boeren jaarlijks gehooid werden. De Mantingerweiden zijn hier een mooi voorbeeld van. De laatste tien jaar is onder regie van de provincie Drenthe hard gewerkt aan het herstel van het Oude Diep. Zo kan de loop plaatselijk weer kronkelen en is er voor de landbouw een apart waterlopenstelsel gemaakt. Hierdoor zal de waterkwaliteit verbeteren en kan de natuur zich herstellen. In de Mantingerweiden zal Natuurmonumenten de oorspronkelijke beekloop weer uitgraven.

De begroeiing van de Mantingerweiden is, met name na de Ruilverkaveling Westerbork/Broekstreek, door perceelvergroting, ontwatering en bemesting erg verarmd. Toen het bij Natuurmonumenten in beheer kwam, is er voor gekozen om het gebied te laten begrazen door vee. Achteraf is dit geen goede keuze geweest en het kon de achteruitgang van het gebied niet stoppen. Een deel van de kenmerkende elzensingels is verdwenen of beschadigd door begrazing met vee. Natuurmonumenten heeft het beheer inmiddels aanzienlijk bijgesteld. Ze zal het gebied als kleinschalig cultuurlandschap gaan beheren. De kenmerkende elzensingels worden weer hersteld. Langs de singels worden rasters geplaatst en greppels gegraven. Hierdoor blijft het vee weg van de bomen en kan overtollig regenwater wegstromen. Dode bomen in de singels worden gekapt en er worden 2500 nieuwe elzenbomen aangeplant. In de graslanden worden ten behoeve van de amfibieën (kikkers, padden en salamanders) en reptielen (ringslang) twaalf poelen opgeknapt. Ten westen van het Mantingerbos wordt een perceel grasland afgeplagd. Hier zal zich weer een heidebegroeiing kunnen vestigen.

Er zijn diverse maatregelen uitgevoerd om de natuurgebieden ten westen van de Hoogeveenseweg met elkaar te verbinden. Zo zijn verbindingen gemaakt tussen enkele kleinere heidevelden en voormalige landbouwgronden die zijn ingericht als natuurgebied. Hiervoor was het nodig om 7 hectare naaldbos in het bosgebied Martensplek te kappen. In de loop van het jaar worden de stobben en de strooisellaag verwijderd. In de Martensplek is in het verleden naaldbos aangeplant ten behoeve van de houtproductie. In het gebied liggen ook enkele kleinere heideveldjes. Voor dieren als heivlinder, heideblauwtje, adder en levendbarende hagedis, vormt het bos een onneembare hindernis naar het erachter gelegen natuurgebied. Door in het bos open ruimtes te maken kunnen de dieren zich makkelijker verplaatsen naar andere natuurgebieden en heidevelden. Door in de ontstane verbindingszones ook de stobben en de humuslaag te verwijderen, komt het voedselarme zand aan de oppervlakte. Hier zal van nature hei opkomen, waarvan de dieren ook weer profiteren. Jeneverbessen krijgen meer ruimte Natuurmonumenten geeft de jeneverbessen in het Mantingerzand weer meer ruimte. In de loop van jaren zijn eiken, berken, lijsterbes en Amerikaanse vogelkers opgegroeid in de beschutting van de jeneverbesstruiken. Als er niets mee gebeurt zullen deze bomen binnen enkele jaren de jeneverbesstruiken zo veel overschaduwen dat deze zouden afsterven. Daarom worden momenteel door medewerkers van Alescon de opslag van deze bomen en struiken rond de jeneverbessen verwijderd. De kleine en dunne boompjes worden zoveel mogelijk uitgetrokken of uitgestoken, de dikkere exemplaren worden omgezaagd.